Prakken maar!

Aan tafel. Eten wat de pot schaft. Bron: Beeldbank stadsarchief

 

‘Wat eten wij vandaag mam?’ Het was de vraag die wij in de jaren vijftig vaak stelden. Het antwoord was eenvoudig: aardappelen, groente en vlees. Draadjesvlees vooral, want dat kon mams voor meerdere dagen bereiden. Ik was er niet gek van, maar ja, je moest. Steeds meer herinneringen komen naar boven aan een belangrijk onderdeel van ons leven in de jaren vijftig. Het eten. Wat kregen wij voorgeschoteld op ons bord.

We aten een boterham met jam of hagelslag en moesten op school melk drinken, schoolmelk, omdat het zo goed was voor de groei van het kind. Elke dag stonden de flesjes weer klaar. En we groeiden als kool…nou, ik bleef steken op één meter een en zeventig, dus zo hard groeide ik nu ook weer niet.

Zo rond zes uur ’s avonds kregen wij van alles voorgeschoteld, maar in ieder geval geen pizza. Die kenden wij Nederlanders nog niet. Evenmin een ingevroren hap uit de supermarkt. Die bestond niet als we het hebben over de zelfbedieningswinkel. Ja, vanaf 1946 toen Van Woerkom zijn eerste supermarkt opende. Nee, we aten aardappelen, groente, vlees (soms). Mijn favoriete eten was stamppot zuurkool met zuurkoolspek. Wat was dat lekker!
Maar dan….groene kool. Ook al zoiets. Eerlijk, ik vond er niets aan. Dus…prakken maar! Ik weet nog dat ik groente, aardappelen en soms een stukje vlees altijd ging prakken. Alles door elkaar. Eén grote hoop. Dan viel het nog een beetje te eten.

Geen witlof of spruitjes

Op zondagavond aten we bijna altijd witlof met aardappelen en appelmoes. Heerlijk, die aardappelen en appelmoes althans, want de witlof liet ik staan. En dat mocht natuurlijk niet. De enige optie was voor mij nog het eten prakken. Veel aardappelen, beetje witlof en appelmoes. Dat redde ik nog net. Maar ik had er een gruwelijke hekel aan. Net zoals spruitjes, als we geen witlof aten. Alhoewel ik nu besef dat spruitjes best te eten is, als het maar op de juiste manier wordt klaargemaakt.
En na het warme eten kregen we nog yoghurt of vla. Dat was wel lekker, maar wel op het bord waar de resten van de warme hap nog lagen. Brrr…misschien deed mijn moeder het wel expres, zodat je je bord goed leeg at en schraapte.
Pap. Aten jullie wel eens pap? Broodpap, gortepap, havermoutpap?. Eerlijk, als we dat eens voorgeschoteld kregen, dan had ik al weer gegeten en gedronken. Brrrr.
Bruine bonen en kapucijners, boontjes die ik wél lekker vond. Maar dan werd ook wel eens tuinbonen voorgeschoteld. Wie had dat nu weer bedacht? Tuinbonen! Waarom ze dit teelden, geen flauwe idee. Misschien was het ook wel gezond en niet zo duur. Je hebt ze nu nog.

Tot slot, na het avondeten, moesten we onze tanden poetsen. Met Prodent. Prodent tandpasta.

Saroma pudding

Over toetjes gesproken, Saroma pudding. Pakjes met poeder die je met melk moest aanmaken. Ooit eens bedacht in de tweede helft van de jaren vijftig. Volgens mij zijn die er nu nog, van dokter Oetker, de dokter die geen dokter was maar geld wilde verdienen met een poeder. Lekker? Nou, laat ik het zo zeggen, geef mijn portie maar aan fikkie. Oetker was August Oetker uit Duitsland, die een gezondheidscacao bedacht eind 19e eeuw én een voetencreme. Oetker zette ook bakpoeder in de markt, verpakt in handige doosjes. Maar goed, hij is er rijk mee geworden en zijn bedrijf is een miljardenonderneming geworden.

Terug naar mijn jeugd. Mijn moeder maakte ook van die balletjes gehakt met uitjes, zout, peper en mosterd en vermengd met vele beschuitjes, die ik fijn moest rollen. Daarna werden ze gebraden en was het, als ze weer koud zijn geworden, een lekkernij op de boterham. Een witte graag, van het merk Kingcorn: verpakt Zweeds wittebrood.

Macaroni, ja, dat aten wij ook. Niet met de kruiden van Knorr of Maggi. Nee, gewoon met de inhoud van een blikje Smac, gesneden uitjes en dan met tomatenpuree. Heel simpel, heel eenvoudig. En rijst? Ja, ook dat. Met boter. En verder…met niets. Totdat de nasi werd ontdekt.
De nasi of bami haalden wij later bij Wah Do, de Chinees op de hoek van de Bestevaerstraat en de Jan van Galenstraat. Ik mocht die ophalen, met een pannetje, want dat ging zo in die tijd. Het pannetje werd gevuld, met een spiegeleitje erbij. Het was voor ons altijd een grote lekkernij.

Op zaterdag mochten we wel eens naar snackbar Marja aan de Jan Evertsenstraat. Daar konden we patat en een kroket ophalen om die thuis met de familie op te eten. Het was van onze bovenwoning aan de Jan van Galenstraat – we woonden tussen de Admiraal de Ruijterweg en de Admiralengracht – tien minuutjes lopen. Dat ging allemaal wel. En nog steeds, 70 jaar later, bevindt zich op die hoek snackbar Marja. Die naam is altijd blijven bestaan. Logisch want in Amsterdam West is die naam een begrip.
Bij die snackbar bevond zich ook bioscoop Westend. Die bioscoop werd geopend in 1933, was van de straat af gezien nauwelijks zichtbaar met de ingang onder het poortje vlak bij het Sportfondsenbad West. Natuurlijk, het kleine theatertje is al heel lang gesloten. In 1961 ging hij dicht, een jaar later werd de bioscoop weer geopend met een nieuwe naam, de Ambassade en vervolgens volgde in 1970 de definitieve sluiting.
Dat heb ik niet meer meegemaakt, want in 1961 vertrokken wij naar Heiloo.

Ik herinner mij ook nog wat anders, de lekkernij in smalle zakjes, zwartwit poeder. Op weg naar school liep ik langs de Admiraal de Ruijterweg naar de ds Mansveltschool en op de terugweg kwam ik ook langs een winkeltje waar ik die lekkernij, en ook drop, kon kopen. Van mijn zakgeld. Zo duur was het ook niet, en dat dubbeltje kon wel worden gemist.
En soms moest ik van mijn moeder ook meteen groente halen bij groenteman Broerse, als ik die naam nog goed heb.
Bloedworst. Die aten wij ook wel eens, op brood. Ikzelf vond er niet veel aan, maar mijn broer at het graag. Je kunt het nog steeds krijgen, maar aan mij is het niet besteed.

Het zijn flitsen uit een ver verleden, waarin welvaart nog ver te zoeken was en het leven eenvoudig. Maar als je niet beter weet….dan maakt het ook niets uit.

 

1955: Witte boterham en schoolmelk
Getagd op:                     

Geef een reactie