Bidden voor de les

‘Niet links schrijven, maar rechts!’ En de lineaal

zwiepte op mijn hand…

Schoolfoto. Zoek Kareltje. Gevonden? Bovenste rij, links naast de juf. Ik keek niet naar de fotograaf….

Het was een school met een naam die mij altijd is bijgebleven. Ds Mansveltschool aan de Karel Doormanstraat. Een christelijke school. Dat betekent dat er voorgelezen werd uit de bijbel en dat voor de start van de lessen werd gebeden. En als je goed meezong met de psalmen kreeg je voor het zingen een mooi cijfer. Ik bladerde mijn rapportenboekje nog eens door. Rekenen. Dat ging altijd wel goed. Blijkbaar kon ik de tafels van 1 tot en met 10 goed opzeggen. Maar dan:  bijbelgeschiedenis. Ik was een goeie. Allemaal achten en negens.

Onze moeder had het beste met ons voor. Geen openbare school, maar een christelijke. Dat paste beter in de Frugte-traditie. Overgrootpa was een bekende voorganger en godsdienstonderwijzer. Opa Karel deed nauwelijks voor hem onder. Strak, ernstig gezicht, nooit een lachje te zien, voorzitter van 500 christelijke verenigingen. Nou ja, bij wijze van spreken. Een maand voor mijn  geboorte riep God hem tot zich, zo zou opa Karel ook hebben gezegd. Dus ik heb mijn opa nooit gekend.

Rapport van de vijfde klas.

Nog iets bijzonders aan mijn lagere schooltijd: ik heb nooit in de eerste klas gezeten. Nooit! Even voor alle duidelijkheid. Vroeger had je de kleuterschool en lagere school. En de lagere school begon met klas 1, de huidige groep 3 van het basisonderwijs. Ik kreeg bijlessen op mijn vijfde om eerder in de Ds. Mansveltschool te kunnen instromen. Predikant Gerrit Mansvelt zal hier wel een rol in hebben gespeeld. Vast. Maar goed, ik was in 1955 zes jaar oud toen ik naar deze school ging, de tweede klas. Geen eerste klas gezien. En aangezien ik altijd met goede cijfers over ging, was ik elf jaar oud toen ik het einddiploma kreeg. Op naar het Ir Lelylyceum aan de Keizersgracht, want ja, dat moest ik aankunnen, zo jong als ik was. Helaas……ik zakte finaal door het ijs. Ik herinner mij altijd nog de blik van juffrouw Brandenburg, lerares Engels. Ik kreeg een twee op mijn rapport. Geen één, maar een twee voor de moeite.

 

Ds Mansveltschool

Terug naar de Ds Mansveltschool, want er komen steeds meer herinneringen naar boven. De school aan de Karel Doormanstraat, die eerst de Zeven Provinciënstraat heette. De school die in 1937 en 1938 werd gebouwd en op 15 september 1938 werd geopend. De school die mij vijf jaar lang volpompte met kennis en mooie en minder mooie herinneringen.

Schoolmelk bijvoorbeeld. Elke dag melk, goed voor je. Soms lekker koud, maar vaker niet. En dan de kroontjespen, die je in het inktpotje doopte die ingebouwd was in de schoolbank waar je met z’n tweeën zo lekker oncomfortabel kon zitten. Weet je wat helemaal erg was….het feit dat ik links was (en ben). Ik heb nooit mooi kunnen schrijven. Nou ja, met de pen dan. Ik herinner mij nog de liniaal van hoofdmeester Bos, die mij hard op mijn hand sloeg. Ik neem het hem niet meer kwalijk. Vermoedelijk kreeg hij dat ook maar geleerd in zijn opleidingstijd: straf de leerling met de liniaal die je altijd in je hand moet houden als je langs de banken loopt….

 

Schoolplaten

Schoolkaart van de provincie Gelderland. Zo leerden we waar de steden liggen.

Ik herinner mij de schoolplaten, de kaarten van de provincies, de films die een of twee keer per jaar in de gymzaal werden getoond. We wisten het al toen we zagen dat de ramen werden geblindeerd. En vooral herinner ik mij het schoolzwemmen. Een verhaal apart….Lees maar eens.

We hadden in die tijd ook nog op zaterdagochtend school. Dat ging zelfs nog door tot in de jaren zestig. Maar we waren ook niets anders gewend. Zoals het ook gewoon was dat voordat we ’s ochtends naar binnen mochten we eerst buiten als klas in de rij moesten staan om vervolgens door de meester of juf met z’n veertigen naar binnen te worden geleid. Jassen uit, plaats nemen in de schoolbanken en vervolgens eerst je handen vouwen voor het ochtendgebed en eventueel nog een psalm zingen. Die we uiteraard al eerst hadden geleerd.

De bijbel

Het waren onderdelen van het christelijk schoolonderwijs: De bijbel, bidden en zingen. Ik heb het nooit erg gevonden en achteraf was het ook nog nuttig om iets te weten over wat allemaal in de bijbel stond. Niet dat het mij achteraf heeft beïnvloed want ik ben in feite een atheïst. Ik ben niet-gelovig. Maar dat even terzijde.

Terug even naar de herinneringen aan school. Schooltandarts en schooldokter. Nou ja, die herinneringen slaan we maar over. De prikken, de tandarts die meedogenloos in je  mond bezig was. Over verdoving werd niet gesproken. Maar dan….de gymlessen. Apenkooien op de laatste schooldag, buiten gymen, kastiebal, ik vond het geweldig. Maar hoge cijfers voor gymles, nou nee. 6,5 of een zeven, dat was het wel. Ik was niet echt superlenig.

Tafels van tien

In de klas werden de tafels van tien door ons in koor uitgesproken. Keer op keer. Rekenen ging mij goed af. Lezen ook wel en de Nederlandse taal was altijd wel goed. Meegekregen van mijn vader, denk ik dan. Maar handenarbeid en tekenen…het was slecht, het bleef slecht en is nog altijd slecht. Geef mij een boormachine en ik boor op de verkeerde plek een gaatje. Geheid. Aardrijkskunde? Ik wist altijd wel hoe ik de plaatsen op de landkaart met een aanwijsstok moest noemen.

In klas drie kwam in het rapportenboekje ook de regel ‘Frans’ te staan. Les in de Franse taal als extraatje. Zoals al veel jaren het Engels de belangrijkste buitenlandse taal is, werd in de jaren vijftig en natuurlijk ook daarvoor ook in de Franse taal les gegeven. Een overblijfsel uit de 19e eeuw, waarin het Frans voor Nederland als wereldtaal werd gezien. Je had tenslotte rond de eeuwwisseling (19-20e eeuw) zelfs ook Franse scholen. Dus ik leerde ook Franse woordjes en zinnetjes. Papa fume la pipe, of iets dergelijks. Die Franse lessen in vooral de vierde en vijfde klas hebben mij later niets geholpen. Ik had niets met die taal. Te moeilijk. Ik heb in het voorgezet onderwijs geloof ik één keer een voldoende gehaald. Een zes op het eindexamen van de HBS. Helemaal goed.

Schoolreisje

De gedrag- en vlijtcijfers waren altijd wel goed. Meestal een 8. Bijna het braafste jongetje van de klas. Ik hoefde niet in de hoek te staan. Strafregels schrijven? Dat zal misschien wel eens zijn gebeurd, dat herinner ik mij dan weer niet. Maar wel de schoolreisjes en dan met name de driedaage schoolreis naar Renkum, het vakantiekinderhuis waar zo ongeveer iedereen naar toe ging. Zelfs mijn moeder. Begin mei, het zal in 1959 zijn geweest, ging de klas onder leiding van meester Visser naar Renkum. Ik weet nog altijd dat het weer toen geweldig mooi was. En terug na het schoolreisje weer bij school aankomen en natuurlijk allemaal het hoofd bukken want de ouders moesten een lege bus zien aankomen.

Er is nog een herinnering die mij is bijgebleven. Bezoek aan het concertgebouw met de klas voor een schoolconcert door het Concertgebouworkest. Althans, ik denk dat het dat was, met Peter en de Wolf van Tsjaikovski. En tot slot, de avondvierdaagsen. Natuurlijk was onze school ook van de partij. Start bij de Oude Rai aan de Ferdinand Bolstraat en dan vier avonden tien kilometer lopen. Om op de laatste dag feestelijk te worden ingehaald met talrijke muziekkorpsen en bloemen bij de finish.

De herinneringen aan mijn schooltijd in Amsterdam zijn best positief en dat is zeker ook de verdienste van de leerkrachten. Je hebt dan altijd favoriete onderwijzers of onderwijzeressen en de persoon die mij het meest is bijgebleven is meester Visser. De man met de baard en het vriendelijke gezicht. Meester Bos was niet mijn favoriete meester. Misschien kwam het ook wel door zijn strenge blik, geen idee. Ds Mansveltschool, ik zal die school nooit vergeten.

Bijgaand een mini-album. Foto’s kunnen groot worden bekeken. Foto van het eerste bestuur is afkomstig van Delpher en is ingekleurd. Overige foto’s zijn uit eigen collectie, Stadsarchief, website oudeschoolkaarten.

1958: School
Getagd op:                         

Geef een reactie